14032010 Grou
Dat de vier vrienden met mij meeleven is wel duidelijk. We waren nog niet thuis of er was al een mailtje van Frans.
‘Hoi Iris en Martien.
Dat je je niet uit het veld laat slaan is duidelijk. Hadden ze de hekken opengezet of was je eronderdoor gegaan? Je eindtijd is geweldig. Gefeliciteerd! ‘
De vier vrienden.
Och, als je op het ergste voorbereid bent dan valt het allemaal wel mee. Die vier hadden me zo op stang gejaagd dat ik op zondagochtend wilde dat het al maandag was. Wat een spijt had ik dat ik al ingeschreven had.
In gedachten zag ik me ploeteren door de modder. Eerst mijn linkerschoen verliezend en dan mijn rechter. De sokken doorweekt en vol gaten. Handen open gereten door de spijkers van de hekken. Honende boeren aan de kant. Blaffende honden die mij de verkeerde kant uitjoegen. Dolle stieren briesend achter mij aan. Alle lopers kilometers voor mij. Ik eenzaam en alleen tegen de wind in ploeterend nog kilometers te gaan. De organisatie had alles al opgeruimd bij de finish. Geen muziek. Geen bloemen. De chocolademelk was op. De erwtensoep pan was leeg geschraapt. Mijn herinnering met de wind meegewaaid. Martien had de moed ook opgegeven en was al met Hondje naar huis gegaan. En ik? Ik in de kou en narigheid midden in Grou. Alle winkels dicht. Geen slok water te krijgen. Niemand op straat. Een ware nachtmerrie, dank zij de vier vrienden.
Ja, ja. Van je vrienden moet je het maar hebben.
Toch is de werkelijkheid ook wreed. Niet het rijden naar Grou. Dank zij de goede aanwijzingen van de organisatie reden we zo naar het parkeerterrein. Volop plaats nog. We moeten wel een klein kilometertje lopen om het startnummer te halen. En niet te vergeten het mooie en functionele loopshirt met lange mouwen. Voor Martien is dat kilometertje niet makkelijk nu zijn hart zo slecht functioneert. Langzaam aan dan maar. Op het raadhuisplein is het een drukte van belang. Een lange rij lopers staat voor de kraam van het wedstrijdsecretariaat bij de jeugdherberg Stay Okay. Vier rijen dik staan de lopers geduldig te wachten. Ik sluit mij aan. Wanneer ik aan de beurt ben is mijn startnummer niet te vinden. De dame checkt en checkt alle nummers. De groene en oranje en de blauwe en ook de rode nummers gaan door haar handen. De lijst wordt wederom bekeken. De gegevens kloppen. Ten einde raad verwijst zij mij naar Ronnie. Deze dame zal ergens in de Jeugdherberg rondlopen. Ik ben nog wel zo kien om mijn shirt mee te nemen. Zie zo, die heb ik alvast. We banen ons een weg door de menigte richting Stay Okay. Binnen ga ik eerst een plasje doen. Dat lucht op. Ik zie een dame lopen en vraag haar naar Ronnie. Het geluk is met mij. Het is Ronnie zelf. Ronnie is een voortvarend type. Meteen handelen en geen paniek. Het komt goed verzekerd ze mij. Terug naar de kraam buiten. Ronnie zoekt en zoekt. Geen nummer. Checkt de lijst. Alles klopt. Ze belt en belt. Ze heeft een oplossing. Naar binnen maar weer. Ze zal een nummer voor mij creëren. Ik mag opnieuw het inschrijfformulier invullen. Of ik aan de wedstrijd meedoe vraagt ze. ?????? Heb ik me voor de wedstrijd ingeschreven? Ik weet het niet meer. Op de gok beaam ik het. Oooo! Ja zo! Nee dan is er een misverstand. Ronnie graait in een doos en tovert mijn nummer te voorschijn. Opgelucht verlaten we het gebouw. TV Friesland laat lopers hun belevenissen vertellen. Een zanger zingt zijn lied. Het dweilorkest pakt uit. Motoren ronken het centrum binnen om te showen. Diverse kraampjes bieden koopjes voor lopers. Al met al heel gezellig. We zien Jan Kooistra van sv Friesland. Zoals altijd is hij goed gemutst en maakt tijd voor een praatje. Tussen al die heen en weer lopende mensen ontmoeten we vader Jurrie met zijn toppertje Yasmin. Zij komen alleen maar kijken. Yasmin heeft gisteren in Haren haar wedstrijd al gelopen. Gezellig dat zij er zijn. Mijn zenuwen voor deze zware loop ben ik nog niet helemaal de baas. Ik kalmeer mezelf om achterin te starten en rustig te gaan lopen. Zo zal ik er wel komen. In het startvak raak ik in gesprek met Nienke en Marco. Zij hebben deze Merenloop ook al eens gelopen. Ook zij hebben verhalen van modder en hekken. Ik zal het wel zien. Komt tijd komt raad.
Het startschot gaat. Ik zet het op een lopen. Niet te snel. Dat kan niet door de menigte. Langzaam hobbel ik mee. Het is druk. Heel druk. Ik zoek mijn weg en probeer hier en daar een minder snelle loper voorbij te gaan. Dat ik niet de enige ben merk ik snel. Zeer snel! Ik krijg een enorme zet in mijn rug. Ik struikel! Ik verlies mijn evenwicht! Ik kan me niet meer staande houden. Ik zie de tegels van de stoep. Een gevaarlijke rand! Heel dichtbij! Gloeiende gloeiende!!! Ik kletter op de stenen! Mijn arm! Mijn knie! Mijn horloge! Ik uit een knetterende vloek van frustratie. De man die tegen mij op botste zegt sorry. Ja, op je sorry! Mijn horloge is stuk gil ik! Ik wordt opgeraapt door het stel waar ik voor het startschot mee stond te praten. Ik vergeet ze te bedanken. Ik probeer weer op gang te komen en zie de botser een eindje voor me lopen. Jouw zal ik onthouden denk ik. Je bent nog niet van me af. Lummel! Ouwe vrouwen onder de voet lopen. Kan je wel? Dat mijn arm aan vellen hangt is tot daaraan toe. Dat mijn knie rijp is voor het gips is niet zo’n probleem. Maar mijn horloge! Mijn alles! Mijn tijd! Mijn houvast in snelle en langzame tijden. Dat doet mij het meest zeer. Wat moet ik zonder mijn steun en toeverlaat? Hoe moet ik komende week trainen? Als ik ooit nog kan trainen. Als ik niet voor de rest van mijn leven in een rolstoel door moet brengen. Van alles flitst er door mijn hoofd. Het lichaam zegt: Stoppen met lopen! De geest zegt: Doorgaan! Als een gedreven loper luister ik naar de geest.
Het is maar goed dat de organisatie een limiet voor het aantal lopers heeft ingesteld. Het is niet te doen op het smalle pad langs het kanaal. Inhalen is bijna niet mogelijk. Had ik dan toch maar vooraan moeten starten? Het aquaduct valt mij mee. We hebben nu nog meewind. Op de terugweg zal het wel anders zijn. Vlak voordat we een blubberig weiland induiken is er een drinkpost. Heerlijk lauw water word aangereikt. Gestaag loop ik door. Dan hoor ik mijn naam. Het is Tineke! Haar zie ik vaker tijdens een loop. Door de strenge winter is het alweer lang geleden dat we elkaar gezien hebben. Tineke loopt mij met vaste pas voorbij. Het eerste hek doemt op. Het is een leuk gezicht om de lopers er overheen te zien klimmen. We lopen nu op het schuine dijkje. Met het tempo dat ik loop valt het allemaal wel mee. Ik maak me niet druk. Ik kom er wel. Mijn arm brand van de pijn. En ook mijn knie laat weten dat er iets niet goed is. Met geweld probeer ik mijn aandacht ergens anders op te richten. Het volgende hek moet alweer genomen worden. En nog één en nog één. Dan is er plotseling een lopersfile. In de rij staan we te wachten om over een hoog hek te klimmen. Ondertussen maken de lopers grapjes. Het duurt even voor ik er over ben. Doorlopen maar weer. Schuin omhoog een dijk op en dan omlaag een weiland in dat bijna blank staat. Ik ben blij dat ik mijn nieuwe trialschoenen aangedaan heb. Ik voel dat ik er profijt van heb. Na nog een weiland en een paar hekken komen we weer bij de drinkpost aan. Nu is het nog maar een paar kilometer te gaan. De lopers van de tien kilometer ritsen in. Daar ben ik niet zo blij mee. Het is weer druk op de weg. Wel leuk om de langzame lopers van de tien kilometer voorbij te gaan. Dat geeft moed in tegenwind. Want waaien doet het op het Friese land. Op het smalle pad langs het kanaal is het weer moeilijk inhalen. Jammer dat er lopers zijn die zich niet aan het advies van de organisatie houden om achter elkaar te lopen. Het is af en toe lastig om in te halen. Ik zie de boog. Nu nog 500 meter en ik ben er. Ik zie de klok en verbaas me over de goede tijd die ik gelopen heb. Ik ben heel tevreden. Een prijs zal ik er niet voor krijgen. Voor de dames is er maar één categorie. En voor de heren? Voor hen zijn er drie categorieën. Valt me tegen van deze organisatie. Zoveel deelnemers en deelneemster en dan zo weinig aandacht voor de vrouwen.
Martien staat met Hondje op mij te wachten. Ik zoek met mijn ogen de massa af en zie de loper die tegen mij op botste. Ik spreek hem aan. Het is een sympathieke man en geeft zijn naam en adres en telefoonnummer. Hij zal proberen of hij van zijn verzekering een nieuw horloge voor mij kan krijgen. We praten nog even gezellig met elkaar. Dan gaan we ieder een kant uit. Het komt wel goed. Daar vertrouw ik op. Deze man staat model voor een sportieve hardloper. Sportief op allerlei fronten. Ik haal nog een beker warme chocolademelk. Dat smaakt zoals het nooit gesmaakt heeft.
Voor meer: www.merenloop.nl